CATS LOST
De wind zou het verhaal moeten kunnen vertellen. De oeroude wind, die nog rond de muren van Jericho waarde, in een boze bui de steppen striemde. Dezelfde wind die naïef de zeilen deed bollen en daarmee beweging maakte voor slavernij en uitbuiting. Liever wordt de wind herinnerd aan de lijnolie en het meel, waarvan hij de geur verspreidde, nadat hij hem zelf had opgewekt door het aanblazen van de molenwieken. Deze door de wol geverfde wind weet nog geen raad met deze nieuwe gebouwen. Soms valt de wind langs je oren naar beneden, een parkeergarage in. Op een ander moment voel je in de windstilte ineens een vlaag die boos om een hoek van beton en glas jaagt. Hij lijkt soms te twijfelen en halverwege te keren om het nog eens te proberen. Als een onhoorbaar scheidsrechtersfluitje roept de windregisseur zijn gekende vloekwoord, waarna alle kleine windseltjes onzeker door elkaar waaien als na een valse start. Als de wind wankelt worden wij ineens alleen gelaten. Daardoor ontstaat natuurlijk ook die leegte tussen de eenzame gebouwen. De drukkende leegte van het ego.
Je probeert je de dag voor te stellen dat de architect fluitend naar kantoor kwam met dit definitieve idee. Was er iets in zijn thee gedaan? Moeten we het zoeken in zijn vroegste jeugd of handelt het zich om een afrekening in het milieu? Voor je geestesoog domineert de rode sjaal het beeld van de zware man met zijn donkere baret en zijn kokette leesbrilletje. Zien we daar ook?……..nee, ‘ceci nest pas une pipe’.
Op vijfhoog hangt een terras over de weg. Op vijfhoog hangt een terras over de weg? Nee, nu niet doordraven. Je niet laten provoceren. Het is verleidelijk in deze negorij, maar blijf geconcentreerd, blijf goed kijken en probeer het dan nog eens: Op vijfhoog hangt een terras over de weg.
Er is niks anders van te maken. We mogen toch een kat een kat noemen! Is het dan een romantische ziel, die hoopt dat dit vannacht is gedaan door een grote vriendelijke reus met gevoel voor humor? Maar dan zouden de weinige mensen verwonderd naar boven wijzen: Kijk, vandaag hangt het terras over de weg! Maar niemand kijkt. Nergens verwondering. Geen enkele glimlach. Terwijl er vandaag toch theater is in de stad: straattheater.
Als straattheatermaker ben je altijd op zoek naar wisselwerking. Je zoekt als artiest de frequentie van je publiek. Vandaag ervaar je op indringende wijze wat er gebeurt zonder publiek. Je uitstraling dooft uit tegen een kille gevel. Je charisma wordt misvormd weerspiegeld door een geblindeerd schuin raam. De pop en ik klampen zich verweesd en ontheemd aan elkaar vast, terwijl we ons spelplezier vergooien in de richting van banken, vuilnisbakken en lantaarns.
De collega’s van ‘Wastelanders’ zijn nog het best op hun plek. Weggereden uit een smederij in het Drentse land, denderen ze op hun gefantaseerde voertuigen door de nieuwe lege stad. Hun gezichten getekend door de gebruikelijke zwarte vegen van de motorpech, maar nu ook met witte vlekken van de emotionele schok: een buitenaards leger dat haar Pyrrusoverwinning viert. Het ronken van hun motoren doet de jonge stad opschrikken als een arrogant tienermeisje met meer pretentie dan ervaring. Nooit zuchtten de torens onder het geluid van de bommenwerpers. De aangelegde haven is niet vertrouwd met een scheepsdiesel en een grasmaaier veroorzaakt een rilling in het voetgangersgebied.
Ware het een film, dan konden we het motorgeluid laten wegsterven om vanuit de stilte de eindmuziek te starten. Bij voorbeeld van ‘Cats Lost’, de laatste cd van de herboren Cuby and the Blizzards. Het liefst een traag zelfbewust ritme. Bas en drums dragen in de cadans van hun militaire muziek het enorme imaginaire icoon. Het hammondorgel en vooral de kopersectie blazen het serum de stad binnen. Een wind die geuren terugbrengt. Nog geen kleuren, helaas: er moet nog meer onderzoek gedaan worden om ook een beeldend vaccin te kunnen vinden. De melodieuze sidderalen van het gitaargeluid omarmen de weinige mensen, kringelen om de donkere lantaarnpalen, duiken in lege vuilnisbakken: kwartiermakers, pleitbezorgers en waar nodig ook de tolken van de onafwendbare boodschap.
Tot na 16 maten ‘Harrie-zèlluf’ de boodschap verwoordt: met de verwonding en de berusting van de ervaren beschouwer. Een aanklacht, niet uit zelfmedelijden, maar omdat iedereen het moet weten. Een manifest dat, met de overtuiging van de ervaringsdeskundige luid en duidelijk op alle dichte kerkdeuren wordt gehamerd:
‘I’m a stranger in this town.
Know nobody. Nobody knows me!’
In de vlammende gitaarsolo die volgt komt dan de aftiteling:
met dank aan de gemeente
Almere.
|