ZONDER GEKHEID*
Onder de boom op de driesprong heb ik zojuist afscheid genomen van de jonge clown. Hij loopt het pad voor me naar beneden af. Hij huppelt eigenlijk. Van blijdschap.
Hij heeft zojuist een heel nieuwe straatvoorstelling meegekregen. Van mij.
Het basisidee, het decor - toch goed gemaakt, dat uitvouwbaar tentje -, de kostuums: alles.
Zelfs de koffer en het rugzakje waar alles in past.
Het lag al een paar jaar in mijn werkplaats, omdat ik nu andere dingen speel.
En ik vind het een eer dat mijn voorstelling verder gespeeld blijft worden.
Hij zal op zijn eigen manier de voorstelling verder brengen en is al begonnen met het toevoegen van klarinetmuziek.
En terecht, want hij speelt prachtig.
Afgewisseld door zijn enthousiaste zwaaien, sterft de klarinetmuziek steeds verder weg totdat het figuurtje oplost in de horizon met de vage kerktoren.
Hij is op weg naar de straten en de pleinen, die wachten op zijn komst.
De mensen uit alle windstreken die reikhalzend uitkijken naar zijn muziek en zijn spel. Hij zal te gretig zijn en zijn neus stoten.
Hij zal merken dat het publiek op de verkeerde momenten lacht, bij voorbeeld als hij zijn neus stoot. Dan zal hij leren dat hij moet zorgen op het goede moment zijn neus te stoten, zodat het publiek altijd op het juiste moment lacht.
Totdat het inzicht groeit, dat eigenlijk ieder moment geschikt is om je neus te stoten en dat het publiek daar dan altijd in meegaat, als je het maar goed speelt.
Hopelijk zal hij kunnen leven van dit vak.
In ieder geval zal hij niet meer zonder deze 'way-of-life' kunnen.
In onze verbondenheid heb ik dezelfde gedrevenheid herkend, die mij op dit hobbelige pad heeft gebracht en ik gun hem van harte de onvergetelijke ervaringen, die ik tot nu toe heb mogen beleven. Zoals die keer dat......
......als ik over mijn schouder kijk, zie ik van de andere kant de oude clown naderen in zijn buitenmodel rokkostuum en met langzame amusante tred.
Als hij praat, gesticuleert hij op een aanstekelijke manier:
‘Weet je, Toon, vroeger moest ik heel veel oefenen om zo te kunnen bewegen, maar de laatste tijd gaat het vanzelf: spierreuma.
Maar het kost me te veel energie.
Als ik twee dagen heb gespeeld, moet ik drie dagen bijkomen.’
Je hoort nog het aplomb van de bonisseur, die net na de oorlog bij circus van Bever '.....Norahetzweedsewondermeisje..... zijkruiptdoorhetoogvandenaaldzondereen druppelvanhaarkostbarebloed.......' met een theatraal gebaar ontdoet hij zich van zijn jas.
Terwijl ik zit te wachten als een kind bij het begin van de voorstelling, wordt zijn aandacht getrokken door de klarinetmuziek, waarmee beneden in het dorp de jonge clown zijn publiek verzamelt. Zijn kennersoor concentreert zich op het geluid als onze blikken elkaar ontmoeten. Dan knikt hij instemmend - "goebezigdiejongen!" - en kijkt omhoog.
'Toon, denk jij dat dit een wilg is?'
Op mijn vragende blik komt de clou:
'Dan kan ik met een gerust hart hier mijn clownsjas aanhangen.'
Mijn ontroering wordt geneutraliseerd doordat de bejaarde clown zijn kinderlijkste lach laat zien.
Als hij zich weer omstandig heeft omgedraaid, laat hij mij een veelgebruikt vaalgrijs ingebonden boekje zien:
'Dit zijn de memoires van Grock, de grootste clown aller tijden. Ik heb het niet meer nodig en bij mij thuis geeft niemand er iets om. Het is voor jou.'
Uit de zijstraat vanaf de woonwijk komt een hondje aangekwispeld en de oude clown verwelkomt zijn huisdier. Hij neemt afscheid en langzaam wandelen zij beiden naar huis. Op het blaffen van zijn hondje kijkt de oude clown naar het balkon van een appartement. Ik zie een vrouw zwaaien en ik hoor hem zeggen: 'Ja, ja, we komen.'
Als ik naar het beduimelde boekje kijk, dat ik zojuist heb gekregen, begint er iets te dagen. Iets weemoedigs.
Een lijn langs de zelfkant van de cultuur.
Ontraceerbaar ooit ontsprongen, ver weg in Europa.
Langs dorpspleintjes en tentzeilen, via karrensporen en spaakwielen naar onze streken en onze tijden gekomen.
Zonder vorm, onaanraakbaar en voor de buitenwacht ongezien.
Poesjenellen, Holznasen, Gaukler.
Een golf, die rolt door de tijd.
Van de marginale saltimbanques, die in wrakkige woonwagens door het oude Europa trokken tot aan de avant-gardistische straatartiest van nu.
Terwijl de oude clown vanaf zijn balkon instemmend luistert naar het eerste applaus voor onze jonge vriend beneden in het dorp, open ik mijn cadeautje.
Dan zie ik de opdracht op het schutblad:

* ZONDER GEKHEID is de (wat vierkanten) vertaling van het Franse 'Sans Blague'. Naast titel van zijn memoires was het ook de 'running gag' van de wereldberoemde clown Grock. Na iedere actie of zin was dat zijn conclusie: 'Sans Blague'. |